Handleiding - Tinker.pl Tinker.pl

Handleiding – Help een moederloos veulen

Inleiding

Het kan soms gebeuren dat er om de één of andere reden iets met de merrie gebeurt waardoor ze geen melk meer kan geven: de merrie heeft simpelweg geen of heel weinig melk of heeft last van een ziekte (uierontsteking). In het meest erge geval kan de merrie komen te overlijden. Het veulen kan dan in leven gehouden worden, maar heeft veel zorg nodig. Dit artikel is een praktische handleiding waarin tips en trucs staan om een moederloos veulen te helpen opgroeien tot een gezond volwassen paard.

 De informatie die nodig is geweest om tot het schrijven van dit verslag te komen is afkomstig van verschillende literaire bonnen. Tevens is er informatie verkregen van ervaringsdeskundigen die zelf een moederloos veulen hebben grootgebracht. Deze informatie heeft geleid tot een praktische handleiding die gebruikt kan worden door de ‘beginnende fokkers’, maar zal tevens waardevolle adviezen kunnen geven aan de meer ervaren paardenmensen.

 Deze handleiding bestaat uit verschillende onderdelen. Om te beginnen zal  informatie gegeven worden hoe de eerste uren van het veulen dienen te verlopen. Hierin zal ook komen te staan wat van het veulen te verwachten is in die eerste uren. Vervolgens zullen de belangrijkste feiten over biest behandeld worden. Nadat het veulen de eerste uren met behulp van de biest is doorgekomen, is het tijd om verder te denken.

 Er dient een pleegmerrie gevonden te worden om het moederloze veulen op te vangen. Er zullen belangrijke weetjes over pleegmerries en het ‘matchen’ met moederloze veulens aan bod komen. Hierbij worden praktische tips gegeven over wat te doen en wat vooral niet te doen. Het is tevens mogelijk om het veulen naar een professioneel bedrijf te brengen.

 Mocht dit niet lukken, is het mogelijk om het veulen met kunstmelk groot te brengen. Moederloze veulens hebben naast voeding, ook een goede opvoeding nodig. Tot slot wat laatste tips voor het moederloze veulen.

1. De eerste uren

De eerste uren van een veulen zijn heel belangrijk. Mocht het ergste gebeuren en een merrie komt te overlijden, raak dan niet in paniek als het gebeurt, maar onderneem direct actie! Het veulen heeft zorg nodig, in de eerste plaats biest als hij dat nog niet van de moeder heeft gehad. Biest is de eerste melk van de merrie. Hierin zitten belangrijke afweerstoffen die het veulen hard nodig heeft.

 Het zogenaamde ‘imprint’ proces van het veulen vindt plaats vanaf zijn geboorte tot ongeveer 90 minuten daarna. Tijdens deze belangrijke periode leert het veulen zijn moeder herkennen en daarnaast waar de uier te vinden is en in de buurt van de moeder te blijven. Aangezien een moederloos veulen deze dingen niet leert, is het belangrijk om zo snel mogelijk een pleegmerrie te vinden. Het veulen gaat zich dan daaraan hechten. Mocht dit niet lukken, is het heel belangrijk om een ander paardenvriendje bij het veulen te zetten om zo toch het veulen paardenmanieren aan te leren. Als u het veulen met de fles grootbrengt, is het erg belangrijk consequent te zijn. Ga niet ‘knuffelen’ met het veulen, omdat hij dan denkt dat U zijn moeder bent, in plaats van een paard. Hierdoor kan afwijkend of zelfs gevaarlijk gedrag ontstaan.

1. Wat moet het moederloze veulen kunnen?

  • Bij de geboorte heeft het veulen zijn ogen open en is de zuigreflex aanwezig. De slijmvliezen zijn roze.
  • 10 tot 60 seconden na de geboorte hoort de ademhaling van het veulen rustig en regelmatig te zijn.
  • Na 5 minuten zal het veulen zijn benen beginnen te bewegen.
  • Na 30 minuten heeft het veulen zijn gezichtsvermogen en zal het proberen te gaan staan. Binnen 1 tot 2 uur moet dit gelukt zijn.
  • Drie kwartier na de geboorte kan het veulen de richting van waaruit geluiden komen herkennen.
  • Na één tot twee uur kan het veulen staan, waarna het zich ook snel zal kunnen voortbewegen.
  • Binnen drie uur moet het veulen de eerste biest gehad hebben.
  • Ongeveer twee uur, maar maximaal na 24 uur na de geboorte komt de eerste ontlasting (meconium) van het veulen. Het veulen zal meestal duidelijk zijn best moeten doen en nadrukkelijk staan persen om zich van deze donkerbruin tot zwart gekleurde harde uitwerpselen te ontdoen (Figuur 1). Daarna zal de ontlasting verkleuren naar bruingeel met een zachte consistentie. Met name bij slappe, weinig bewegelijke veulens, die bovendien de eerste uren nog onvoldoende biest hebben gehad, is het niet afkomen van het meconium een groot probleem. Raadpleeg in zo’n geval altijd de dierenarts! Ga niet aan het darmpek peuteren, voorkom beschadiging.
  • Na acht uur wordt de eerste urine geproduceerd. Veulens moeten altijd normaal kunnen plassen.
  • Vitale functies van een gezond veulen:

Polsfrequentie

70, tijdens opwinding stijgend tot 100-130 per minuut.

Ademhaling

20-40 keer in rust.

Temperatuur

Tussen de 37,2°C en 38,9°C.[1]

 1.2. Wat moet ik doen?

  1. Geef het veulen biest door de dode merrie te melken. Houd de merrie warm door een deken over haar heen te leggen. Zo duurt het langer voor ze stijf wordt en kan ze nog zo’n vier tot vijf uur doorgaan met het produceren van melk. Het is immers het allerbeste om het veulen biest van zijn eigen moeder te geven.
  1. Houd het veulen warm en droog in een tochtvrije, maar goed geventileerde omgeving. Een weesveulen mist de beschutting van de merrie en moet bij voorkeur niet nat worden op de rug in de eerste zes levensweken. Zorg tevens dat er geen scherpe voorwerpen in zijn box zijn. Controleer de eerste dagen de lichaamstemperatuur van het veulen, bij voorkeur op een vast tijdstip na een rustperiode. Zo kunnen eventuele infecties snel ontdekt worden.
  2. Laat voor alle zekerheid de dierenarts binnen 24 uur een gehele controle uitvoeren op het veulen. Een moederloos veulen heeft een slechte start gehad. De veearts kan controleren door middel van een bloedtest of het veulen genoeg afweerstoffen binnen heeft gekregen via de biest. Is dat niet het geval, kan er besloten worden bloedplasma te geven van een ander paard op stal om het veulen toch de benodigde afweerstoffen te geven. Zonder deze afweerstoffen heeft het veulen geen weerstand tegen bacteriën en virussen. Met behulp van bloedplasma krijgt het veulen een goede start met wat extra weerstand.

 Nadat de eerste hulp is gegeven door deze drie punten ter harte te nemen, zal het veulen de eerste uren verzorgd zijn. Het is nu tijd om naar de toekomst te kijken: wat nu?

 Raadpleeg stoeterijen o.a. Jaskolka voor een pleegmoeder. Mocht dit niet slagen, kan het veulen naar een gespecialiseerd opfokbedrijf gebracht worden ( Jaskolka Tinkerstoeterij wil deze taak invullen in Polen). Het kan ook een keuze zijn om zelf het veulen met de fles groot te brengen. Zorg er in elk geval voor dat het veulen contact houdt met paarden, of als dat niet mogelijk is een andere diersoort, zoals een ezel of een geit.

2. De eerste voeding: Biest

Biest is de eerste melk van de merrie dat een veulen binnenkrijgt. Deze biest bevat zeer belangrijke antistoffen waardoor de veulens beschermd worden tegen infecties uit de omgeving. Deze antistoffen verschillen per stal. Het veulen krijgt deze antistoffen niet via de placenta binnen, maar moet deze via de biest binnenkrijgen. Krijgt hij dat niet, zal hij geen bescherming hebben tegen ziektes en bacteriën.

Naast afweerstoffen heeft de biest ook een andere voedingswaarde dan de gewone merriemelk. Biest heeft meer energie en helpt het veulen een goede start te geven. Ook zitten er bepaalde stoffen in die helpen het maagdarmkanaal op te starten. Het meconium (darmpek) zal alleen goed afkomen als het veulen biest heeft gehad, omdat de biest laxerend werkt. Veulens moeten de eerste voeding binnen drie uur, uiterlijk twaalf uur na de geboorte hebben binnengekregen.

2.1. Waar vind ik biest?

Geef het moederloze veulen als het kan echte merriebiest. Melk de gestorven merrie nadat ze is overleden om het veulen toch een goede start te geven. Door een deken over de merrie heen te leggen blijft ze nog een tijdje warm, waardoor er nog een paar uur lang melkproductie zal zijn. Een handig trucje om de merrie te melken is het gebruik van een (20ml) injectiespuit, waar het topje vanaf geknipt is. Deze wordt op de speen van de merrie gezet en vacuümgetrokken. Zo zal de melk in de spuit schieten. Zie figuur 2. Geef een veulen nooit water of gewone melk voordat het biest heeft gehad.

 Mocht dit niet mogelijk zijn, probeer dan biest van een merrie in de buurt te krijgen (als de eigenaar hier geen problemen mee heeft). Biest van oudere merries zijn waardevoller dan die van jongere merries. Een andere optie is proberen biest te krijgen van een grotere stoeterij ( Jaskolka Tinkerstoeterij) of dierenarts. Zij hebben vaak een kleine hoeveelheid biest ingevroren opgeslagen. Merriebiest is vrijwel niet in de handel te koop, en als het al te koop is, is het erg duur.

 Mochten de andere opties niet mogelijk zijn, kan PAVO kunstbiest gebruikt worden. In het SOS pakket dat op zeer veel verschillende plaatsen verkocht wordt, zitten twee sachets kunstbiest, een zuigfles en 1,5 kg veulenmelk. Hiermee kan een start gemaakt worden om het veulen de eerste dagen door te helpen. Dit pakket is te verkrijgen bij vele PAVO-Dealers. Voor de meest actuele lijst van verkoopadressen: zie www.pavo.pl

Dealers met dit icoon hebben het hele jaar biest en veulenmelk op voorraad. Bellen kan natuurlijk ook: 586818897 of 600082835

2.2. Biest: Hoeveel en hoe vaak?

Na de eerste dag verandert de mogelijkheid van het veulen om antistoffen via de darmen op te nemen. Er hoeft daarom alleen de eerste levensdag van het veulen biest gegeven te worden. Moederloze veulens dienen de eerste dag twee pakketten van 150 gram PAVO-Biest te krijgen, daarna kan er overgegaan worden op veulenmelk.

 Het moederloze veulen kan het best zo vaak mogelijk gevoerd worden, met name de eerste dagen, om genoeg melk naar binnen te krijgen. Aangezien veulens maar een kleine maag hebben, mogen zij niet te veel ineens krijgen. Hiervan kunnen zij diaree krijgen.

Bij de moeder zou het veulen wel 50 tot 60 keer per dag drinken. Dit is voor mensen echter onmogelijk.

 Verdik de melk niet om zo aan de hoeveelheid van de eerste dag te komen: hier kunnen de veulens diaree van krijgen. Het veulen zal moeten wennen aan het zuigen uit de fles, dit is voor het veulen heel erg vermoeiend. De kunstspeen heeft namelijk een stuggere consistentie dan de merrie-uier, waardoor het veulen veel meer spierkracht nodig heeft. Voer daarom gedurende de eerste dagen met kleine hoeveelheden. Het veulen moet tijdens zijn eerste levensdag minimaal twee liter biest binnenkrijgen, maar is afhankelijk van het ras.  Na de eerste dag kan worden overgegaan op PAVO-Veulenmelk.

2.3. Bereidingswijze

Het opwarmen van biest/kunstmelk dient ‘au bain marie’ te gebeuren. Hierbij mag de melk niet boven de 40 graden uitkomen. De melk mag niet in de magnetron opgewarmd worden omdat de temperatuur dan ongelijkmatig verdeeld wordt en tevens de afweerstoffen stuk gaan.[2] De melk dient, zeker bij warme dagen, 2 maal daags vers worden aangemaakt.

 De diepgevroren biest moet ook langzaam in de verpakking in een warm bad (‘au bain marie’) opgewarmd worden.

2.4. Hoe geef ik biest?

Het makkelijkst kan men het veulen uit de fles leren drinken door het met de neus/mond te laten zoeken in de oksel (evt. de onderkaak met dezelfde arm ondersteunen) en dan de fles met de andere hand aanbieden. Hierdoor imiteert men de lies van de merrie en moet het veulen zijn hoofd ook in die positie brengen die het van nature aanneemt om te drinken.

 Buig het veulenhoofd niet achterover bij het drinken, omdat de melk dan in de luchtpijp terecht kan komen waardoor het veulen zich kan verslikken, wat een fatale afloop kan hebben. Speen en hoofd moeten horizontaal gehouden worden. Wanneer het veulen problemen heeft met de opname van veulenmelk, kan geprobeerd worden de eetlust op te wekken door een beetje suiker op de tong te strijken. Veulens houden van zoet.

 

3. Plaatsing bij een Pleegmerrie

In dit hoofdstuk zal informatie gegeven worden over hoe de moederloze veulens en pleegmerries aan elkaar te koppelen zijn.

3.1. Waarom een pleegmerrie?

Veulens hebben een merrie in eerste plaats nodig voor de melk, daarnaast zorgt de merrie voor de opvoeding van het veulen. Zij beschemt het tegen weersinvloeden en leert het veulen wat wel en niet mogelijk is. Een moederloos veulen mist deze hulp, waardoor er grote problemen kunnen onststaan, met name bij het gedrag. Om deze gedragsproblemen te voorkomen en om jezelf een hoop werk te besparen (met de fles grootbrengen is zeer arbeidsintensief) is het ten zeerste aan te raden om het veulen naar een pleegmerrie te brengen. Het matchen van een veulen met pleegmerrie kan echter een probleem zijn.

 De veulens waarvan de merrie pas op latere leeftijd overlijdt (vanaf een paar weken oud), zijn moeilijker om door een andere merrie te laten aannemen. Deze veulens zijn naarstig op zoek naar de eigen moeder en zullen de andere pleegmerrie doorgaans niet herkennen. Ook heeft het te maken met de ‘verkeerde’ gedragsregels (van een andere moeder) die het veulen heeft aangeleerd. Deze veulens kunnen het beste met de fles grootgebracht worden of naar een opfokbedrijf ( Tinkerstoeterij Jaskolka) worden gebracht.

3.2. Pleegmerries

Als de (pleeg)merrie niet wordt gezoogd, houdt na 2-3 dagen de melkproductie op. Om de melkproductie op gang te houden, dient de merrie elke 2 tot 3 uur gemolken te worden.

De beste methode is een merrie te vinden die bijna moet veulenen. Zodra haar veulen geboren wordt, dient het moederloze veulen er meteen bijgezet te worden en helemaal ingesmeerd met vruchtwater en nageboorte. De merrie denkt dan een tweeling gekregen te hebben. Deze methode is zeer effectief, zelfs met moederloze veulens die al een week oud zijn. Het grote voordeel van deze methode is dat het moederloze veulen een zo normaal mogelijke start heeft, met de grootst mogelijke kans van slagen. Wel is het zo dat de merrie waarschijnlijk niet genoeg melk heeft voor de twee veulens, dus bijvoederen is een vereiste. Bij het bijvoederen is het zaak het sterkste veulen bij te voederen, zodat het zwakkere veulen extra bij de moeder kan drinken. Merriemelk is immers beter dan kunstmelk. Zet bijvoorbeeld het moederloze veulen ’s nachts apart, zodat het eigen veulen dan de merriemelk voor zich alleen heeft. Overdag kan het moederloze veulen gewoon erbij gezet worden. Zet dan een emmer met melk in de stal zodat de veulens naar believen kunnen drinken.

3.3. Pleegmerries en moederloze veulens ‘matchen’

Een pleegmerrie is gevonden….en nu?

 Het samenbrengen van een pleegmoeder en adoptieveulen is niet makkelijk. De pleegmoeder is vaak nog overstuur door het verlies van haar eigen veulen en het adoptieveulen bevindt zich meestal in een verzwakte gezondheidstoestand. Over het algemeen accepteren merries die eerder een veulen grootbrachten makkelijker een adoptieveulen. Hierbij speelt het ras geen enkele rol. Meestal twee tot drie, hooguit vijf dagen na de sterfte van haar veulen kan een merrie mogelijk fungeren als adoptiemoeder. Daarna zal de melk zijn opgedroogd.

 De kans op slagen is het grootst als het veulen zo vroeg mogelijk aan een andere pleegmerrie gekoppeld wordt. Het veulen is dan nog niet zo extreem ‘geprogrammeerd’ en zal daarom makkelijk nieuwe prikkels en omstandigheden accepteren. Ook zal het veulen niet in verwarring raken met de gedragsregels van de ‘oude’ en ‘nieuwe’ moeder. De kans dat een veulen denkt dat de mens de moeder is zal door een zo vroeg mogelijke plaatsing bij een pleegmerrie zo veel mogelijk voorkomen worden.

 Eisen pleegmerrie en veulen

Voordat het veulen bij een adoptiemerrie wordt toegelaten, moet het sterk genoeg zijn: het moet zelf kunnen (op)staan en kunnen drinken. De pleegmoeder moet natuurlijk nog steeds melk geven.

 Pas op voor agressie van de merrie tegen het nieuwe veulen. Agressie van de merrie naar het veulen kan komen door onrust in de stal. Om dit gedrag te voorkomen is het verstandig om al geruime tijd voordat het moederloze veulen komt, de merrie laten wennen aan het aanraken van de uier en de omgeving ervan regelmatig verkennen, net zolang tot de merrie het normaal gaat vinden.

 Onderstaande (dwang) methoden zijn bedoeld om het veulen en de merrie elkaar beter te laten accepteren. Zorg te allen tijde dat er sprake is van een rustige omgeving, zodat merrie en veulen de rust en tijd krijgen om aan elkaar te wennen. Het gebruik van dwang zal alleen maar averechts werken als het herhaaldelijk toegepast wordt. Hierdoor zal de merrie ook de melk minder makkelijk laten schieten. De merrie zal namelijk het dwangmiddel associëren met het veulen, omdat het dwangmiddel elke keer als het veulen moet drinken wordt gebruikt. De pogingen om een pleegmoeder en een adoptieveulen samen te brengen mogen hooguit een kwartiertje duren en moeten regelmatig herhaald worden.

3.3.1. Geur

Omdat merries met name hun reukzintuig gebruiken bij het herkennen van hun veulen, moet deze in de war gebracht worden om de merrie te misleiden[3]. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door het moederloze veulen in te smeren met merriemelk, nageboorte, mest of urine. Met name de nageboorte boekt goede resultaten. Bind de nageboorte de eerste dagen aan het veulen vast om zo de geur zo goed mogelijk te blijven maskeren. Dit is natuurlijk alleen mogelijk als het niet te warm weer is.

 3.3.2. Andere tips

  • Poets de merrie zelf, dan zal ze waarschijnlijk op het veulen terug ‘poetsen’. Uiteindelijk zullen zij elkaar gaan ‘poetsen’, waardoor er een goede band ontstaat.
  • Het veulen inwrijven met suiker.
  • Voer de merrie terwijl het moederloze veulen erbij wordt geplaatst. Dit is een positieve ervaring voor de merrie, waardoor het veulen gemakkelijker geaccepteerd zal worden.
  • Het is mogelijk om een grote (aangelijnde) hond naar de pleegmerrie en veulen te brengen. Hierdoor wordt het moederinstinct gestimuleerd en zal zij het veulen willen beschermen[4]. Dit dient wel met beleid te gebeuren om ongelukken te vorkomen.

 Het is heel erg belangrijk om het bindingsproces de tijd te geven. De binding tussen merrie en veulen zal niet meteen tot stand komen, wees geduldig! Bij het matchen van pleegmerrie en moederloos veulen is geduld van belang: forceer niets! Houd de eerste drie dagen de merrie en veulen goed in de gaten. Hierna is de melk door het veulen verteerd, waardoor die de geur van de moeder heeft aangenomen. Na die drie dagen zal definitief duidelijk zijn of een veulen geaccepteerd is of niet.

 Het is niet aan te raden om met het veulen dagenlang verschillende pleegmerries af te reizen, aangezien het veulen zich zo eerder imprint op de verzorgers, in plaats van de pleegmerrie. Hiermee wordt het matchen van een veulen met een pleegmoeder alleen maar moeilijker. Het reizen met het weesveulen heeft echter wel de voorkeur ten opzichte van het reizen met de pleegmerrie, aangezien de merrie het veulen minder goed accepteert in een nieuwe omgeving met vreemde verzorgers.

 Het is ook afhankelijk van de het karakter van de merrie of de match succesvol zal zijn. Sommige merries zijn zeer zorgzaam en zorgen zelfs voor andere veulens als ze er zelf al één hebben. Andere merries zullen het moederloze veulen slechts tolereren of met agressie afweren. Het kan ook aan het veulen liggen dat de merrie het niet accepteert. Veulens die de eerste uren niet geïmpregneerd zijn op een merrie, maar bijvoorbeeld op de mens, zullen afwijkend gedrag vertonen en zich niet hechten aan een pleegmerrie. Hierdoor kan de merrie ook het veulen afwijzen.

4. Opfokbedrijven

 Als het matchen met een pleegmerrie niet slaagt, is het een optie om uw veulen naar een professioneel bedrijf te sturen. Deze bedrijven brengen uw veulen groot tegen een vergoeding. Hieronder het voorbeeld van Jansma uit Nederland. Deze methode wil ook Tinkerstoeterij Jaskolka gaan uitvoeren.

4.1. Moederloze veulenopfok Jansma

Dit opfokbedrijf in Friesland ( NL) brengt moederloze veulens groot met een volautomatische melkmachine. Veulens staan in een ruime loopstal waar tevens de melkautomaat te vinden is. Hierdoor kunnen de veulens ten alle tijden bij de melkmachine terecht. De veulens krijgen allemaal een halsband om met een zendertje erin. Het apparaat registreert welk dier zich bij de speen meldt, weegt de gewenste hoeveelheid melkpoeder af en mengt dat met water van 38,5 graden. Daarin lost het poeder goed op en het bootst de temperatuur van de moedermelk na. Dit alles gaat razend snel, dus het veulen krijgt na even wachten precies de afgepaste hoeveelheid melk. De computer houdt bij hoeveel er wordt opgedronken en verwerkt dat met de volgende portie. Zo krijgt ieder veulen de juiste hoeveelheid melk.

 Nieuwe veulens worden begeleid om aan de automaat te wennen. Indien nodig wordt er eerst biest gegeven. Het grote voordeel van het opfokken van veulens op deze manier is dat zij zeer vaak kunnen drinken, net zo vaak als bij de moeder. Tevens er een goede controle over de inname van elk veulen vanwege de computer die aangesloten is op de machine. Hier wordt de inname van elk veulen precies bijgehouden. Zo krijgt ieder veulen elke dag de juiste hoeveelheid. Een groot voordeel is de manier waarop deze moederloze veulens met elkaar kunnen opgroeien. Aangezien de veulens door middel van groepshuisvesting gehouden worden, kunnen ze met elkaar opgroeien en leren van elkaar hoe ze zich moeten gedragen.

 Veulens van alle leeftijden kunnen gebracht worden, één dag oud, twee maanden, dit is zeer verschillend. Men hoeft niet bang te zijn dat de kleinere veulens te weinig melk krijgen. Als de grote veulens genoeg hebben gehad, kunnen de kleinere erbij. De melkmachine houdt bij hoeveel ze krijgen, dus ook zij krijgen genoeg binnen. ‘Er is een duidelijk verschil te zien tussen veulens die een start bij de moeder hebben gehad en veulens die dat niet hebben gehad. Die hebben echt een achterstand, zijn bijvoorbeeld magerder’[5].

Brokjes en ruwvoer worden onbeperkt verstrekt om de veulens hier zo snel mogelijk aan te laten wennen. Na vier maanden kan het veulen zonder melk en is het tijd om het weer mee naar huis te nemen.

 ‘Het liefst zouden wij onze veulens weidegang bieden, om de natuur zo veel mogelijk na te bootsen. Dat willen wij natuurlijk zo veilig mogelijk doen. Als een merrie met veulen naar buiten gaat, leert zij het veulen wat kan en wat niet’. De moederloze veulens hebben echter geen voorbeeld, waardoor er grote ongelukken kunnen gebeuren. Bovendien moeten de veulens de hele dag door de mogelijkheid hebben om te drinken. De automaat is echter niet verplaatsbaar. Zij zoeken daarom eerst naar een goede oplossing en houden de moederloze veulens voorlopig nog even binnen.

 Moederloze veulens staan erom bekend afwijkend, zo niet gevaarlijk gedrag te vertonen omdat zij voor de mens geen respect meer hebben. Zij willen doorgaans aan jassen bijten en dergelijke, omdat hun dat hun meestal iets oplevert (voer, aandacht). Dit is niet het geval bij de veulens in Elsloo, daar leren de veulens dat zij niets van de mensen te winnen hebben. Dit is hetzelfde als veulens die gewoon bij de merrie zouden opgroeien. Het gevolg is dat deze veulens veel meer het natuurlijke gedrag vertonen. Hierdoor krijgt U na vier maanden een gezond, normaal veulen mee naar huis.  

 Als eigenaar bent u zelf verantwoordelijk voor entingen en dergelijke. Ontwormen wordt door het bedrijf gedaan. Bedrijven zijn dag en nacht bereikbaar. Bezoek van het veulen op afspraak.

Kosten in Nederland per maand: € 350,-

 

5. Met de fles grootbrengen

Als er besloten wordt het veulen met de fles groot te brengen, houd er dan rekening mee dat dit voor één persoon praktisch onmogelijk is. Zorg voor meerdere personen die bereid zijn om te helpen. Het veulen moet namelijk de eerste dagen elk uur gevoerd worden, daarna elke twee uur, ook ’s nachts. Hoe vaker het veulen gevoerd wordt, hoe optimaler het veulen zal opgroeien. PAVO kunstmelk is op veel verschillende locaties te verkrijgen, kijk voor de actuele lijst van dealers op www.pavo.pl

5.1. Vast voedsel en water

Moederloze veulens moeten zo snel mogelijk aan vast voedsel en water gewend raken. Zij missen de echte merriemelk en kunnen daarom alle extra’s gebruiken die er zijn.

 Water

Voor de vochtvoorziening is het raadzaam om ze na de eerste week, naast melk, ook water ter beschikking te stellen. Houd in de gaten dat het veulen geen water in plaats van melk gaat drinken. Hoe meer brokjes het veulen zal gaan eten, hoe meer hij water zal drinken.

 Hooi en veulenbrok

Na 1 tot 2 weken kunnen ze gewend worden aan hooi en veulenbrok. Geeft ze hier vrije beschikking over. In het begin zullen zij het voedsel experimenteel uitproberen, af en toe een beetje knabbelen. Later gaan de meeste veulens het voer echt eten. Ook beginnen veulens vaak al vroeg aan wat hooi te knabbelen[6]. Vanaf week vier moet het veulen zijn brokken serieus gaan opeten.

 Mocht het veulen op een leeftijd van 4-5 weken geen brokjes willen eten (kans is klein, aangezien veulens doorgaans nieuwsgierig zijn en overal aan knabbelen), kunnen er wat brokjes in de lege melkemmer gedaan worden. Het veulen associeert de emmer met eten, waardoor het veulen de brokjes sneller zal uitproberen. Ook is het mogelijk om wat melkpoeder over de brokjes te strooien, zodat die naar melk gaan smaken. Mocht het veulen toch geen brokjes willen, kan een zoete muesli (PAVO-Melange) uitkomst bieden. Veulens houden van zoet, waardoor de muesli snel geaccepteerd zal worden. Zodra dat gelukt is, kunnen de normale brokjes langzaam gemengd worden door de muesli heen, totdat het veulen gewoon zijn normale brokjes zonder toevoegingen eet.

 Met de opbouw van de hoeveelheid vast voer, kan de hoeveelheid melk dalen. Spenen (stoppen met het geven van melk) kan zodra er een opname is van ten minste 1 kg per dag, afhankelijk van zijn verwachtte eindgewicht. Zie hiervoor het schema. Voor moederloze veulens zal het spenen op een leeftijd van 4 maanden plaats moeten vinden. Mocht er van voer moeten worden veranderd: doe dit geleidelijk om diaree en dergelijke te voorkomen.

 Zoutlikstenen zijn taboe voor veulens!

5.2. Andere soorten melk

Merriemelk heeft een speciale samenstelling met veel suikers en een lage concentratie droge stof. Koeien- en geitenmelk wijken sterk af van de merriemelk, waardoor het minder geschikt is voor moederloze veulens. PAVO Veulenmelk daarentegen is afgestemd op de specifieke samenstelling van merriemelk en voorziet zo in de behoefte van moederloze veulens. Moederloze veulens opgefokt met PAVO Veulenmelk ontwikkelen zich optimaal en doen niet onder voor veulens die bij de merrie lopen.

 Mocht er niet direct veulenmelk voorhanden zijn, is het mogelijk om ter overbrugging koemelk te gebruiken. Gebruik halfvolle melk, omdat rauwe melk veel te vet is voor het veulen. Voeg per liter ongeveer twee eetlepels suiker toe aan de melk om de samenstelling van merriemelk zoveel mogelijk te benaderen. Bied de melk op lichaamstemperatuur aan, en stap zodra het kan over op paardenkunstmelk.

5.3. Niet willen drinken

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een veulen niet wil drinken. De volgende tips kunnen helpen het veulen op gang te krijgen. Het is verder erg belangrijk om het veulen goed in de gaten te houden. Mochten er veranderingen in zijn routine zijn, of hij wil opeens niet meer eten, dan kan er een achterliggende oorzaak zijn. Neem geen risico: raadpleeg de dierenarts.

 Eén van de eerste aanwijzingen dat een veulen niet genoeg melk binnenkrijgt is dat het slomer wordt, vaker en langer ligt en daardoor niet meer wil drinken en uitdroogt. Hierdoor komt het veulen in een vicieuze cirkel terecht.

 Het drinken uit een speen is voor een veulen erg vermoeiend. Er zal op een andere manier en tevens harder gezogen moeten worden dan bij een natuurlijke uier. Masseren van de kaakspieren helpt een veulen hieraan te wennen.

  Water drinken

Zorg dat een veulen die leert drinken niet teveel water drinkt. De inhoud van de maag is beperkt, waar water zit, zit geen voedzame melk. Bovendien verdwijnt het hongergevoel als het maagje al gevuld is met water. Sommige veulens drinken erg veel water op een dag. Dek de waterbak af zodat het veulen een beetje dorst krijgt: de melk zal dan veel beter opgenomen worden. Veulens willen soms ook geen melk drinken omdat dat warm is. Als de melk koud gegeven wordt, bestaat de kans dat ze het dan wel willen drinken.

 Zoet

Veulens houden van zoet. Als zij eerst echte merriemelk hebben gedronken zullen zij moeite hebben met kunstmelk. Dit kan opgelost worden door de eerste paar voedingsbeurten een beetje dextrose (druivensuiker) aan de melk toe te voegen.

 Ontlasting

Mochten de darmen van het veulen niet goed werken, zal het veulen ook geen honger hebben. Met name vroeggeboren veulens hebben moeite met kunstmelk: hun darmen kunnen verstopt raken. Aanlengen met lijnzaadslijm kan een goed resultaat hebben.

5.4. Oudere veulens

Veulens waarvan de moeder pas later (in de eerste drie weken) is overleden zijn gewend om bij de moeder te drinken. Het drinken uit een fles is voor deze veulens moeilijker, omdat ze de merrie-uier gewend zijn. Het veulen heeft echter een goede start bij de moeder gehad, waardoor het waarschijnlijk aardig sterk is geworden. Het is oud genoeg om uit een bakje te drinken. Dek de watertoevoer af zodat het veulen dorst krijgt, leer het veulen drinken op dezelfde manier als eerder beschreven. Voor oudere veulens is de temperatuur van de melk minder belangrijk, waardoor het mogelijk is om ‘s nachts een dubbele portie in de emmer te gieten. Dit scheelt in nachtelijke bezoekjes naar de stal.

 

6. Gedrag

Bij het opgroeien van moederloze veulens is de voeding natuurlijk het belangrijkste aspect. Vaak wordt echter het gedrag van het veulen vergeten. Deze veulens worden namelijk als érg zielig bevonden omdat ze hun moeder kwijt zijn en verdienen heel veel knuffels en liefde…… Moederloze veulens hebben daarom een vaak een gebrek aan respect, ze zijn niet bang voor de mens, dus ze klimmen bijvoorbeeld bovenop mensen, ongeacht hun leeftijd.

6.1. Probleemgedrag

Zodra het lieve schattige veulentje straks 600 kilo weegt is dat leuke achterna lopen, opspringen, knabbelen, en dergelijke niet meer zo leuk. Het moederloze veulen is nu een paard wat nooit geleerd heeft ‘respect’ voor de mens te hebben. Door het ontbreken van soortgenoten zal het veulen zijn verzorgers als soortgenoten gaan beschouwen. Het gevolg kan zijn dat het dier, in zijn natuurlijke drang zich te uiten, moeilijk hanteerbaar of zelfs gevaarlijk voor zijn verzorgers wordt zodra het wat ouder is. Mensen zijn voor hen leuke speelmaatjes en vooral: de bron van voedsel. Het knabbelen aan kleding kan later overgaan in bijten. Behandel het veulen daarom als een paard, niet als een verwend huisdier.

Houd in gedachten dat vele kopers geen paard willen dat vroeger een moederloos veulen was, voor de simpele reden dat het nooit respect heeft geleerd. Vele moederloze veulens overleven de eerste maanden van hun leven, maar worden op een leeftijd van drie jaar afgemaakt omdat ze onhandelbaar zijn.

 Moederloze veulens zijn anders dan andere veulens: zij zijn zelfstandiger en gedragen zich anders in bepaalde situaties. Zij hebben natuurlijk het voorbeeld van hun moeder gemist. Sommige veulens zijn zo op mensen gericht dat zij door het draad heen lopen. Zij happen, sabbelen aan de kleren van de mensen die zij als moeder zien. Een moederloos veulen blijft soms alleen staan, terwijl de rest van de kudde ergens anders heen loopt. Om te zorgen dat deze problemen worden voorkomen, is een ander paardenmaatje van jongs af aan als gezelschap erg belangrijk.

 Om te voorkomen later een ongemanierd, zelfs gevaarlijk paard te hebben, is het erg belangrijk het veulen goed op te voeden. Het is het allerbelangrijkste om consequent naar het veulen te zijn: wees duidelijk! Moedig ongewenst gedrag niet aan, maar negeer het, of corrigeer op de juiste wijze: dit zou de merrie ook doen. Het is echter lastig om dit voor elkaar te krijgen, omdat de kans bestaat dat het veulen bang wordt van mensen omdat hij gecorrigeerd wordt. Dit is eigenlijk uitsluitend door een expert in paardengedrag op een juiste manier uit te voeren. Ga zelf niet ‘aanmodderen’, lukt het niet, ga naar een professional.

6.2. Paardengedrag

Zorg ervoor dat moederloze veulens sociale paardencontacten krijgen. Regelmatig, dagelijks contact met een brave pony, paard of ander veulen (pas op voor de reactie van de moeder van dat veulen!) is van belang om het veulen ook met andere paarden kennis te laten maken. Dit is niet alleen wenselijk voor het sociale contact, maar is ook nuttig voor het in contact komen met de micro-organismen uit de mest van deze andere paarden. Veulens die niet met andere paarden in contact komen tijdens hun jeugd, kunnen zich op oudere leeftijd zich vaak moeilijk aanpassen in een koppel paarden.

Als gezelschap voor het veulen is een (Shetland)pony, enter of twenter een goede keus. Deze zullen echter wel in het begin beschermd moeten worden tegen de acties van het veulen om proberen te drinken. Deze bescherming kan bijvoorbeeld plaats vinden door lage hekjes. Een ander veulen kan ook bij het moederloze veulen gezet worden, deze moet echter wel handmak zijn en goed geconditioneerd. Zo kunnen eventuele angst en paniekreacties niet op elkaar overgaan. Veulens kopiëren het gedrag van anderen om zich heen. Dit kan het leren grazen zijn, maar ook andere eigenschappen als hygiënisch zin in de stal (mest in één hoekje) of met de achterhand naar de wind staan bij slecht weer. Het is belangrijk dat ze zulke dingen al vroeg aanleren.

6.3. Toekomst

Een moederloos veulen kan het best de eerste twee jaar van zijn leven zoveel mogelijk met andere dieren omgaan en zo min mogelijk met mensen om het natuurlijke gedrag terug te krijgen. Ook verkrijgt het veulen dan het respect voor de mens weer, zodat het later een ‘normaal’ paard kan worden.


Pension Jaskółka in de zomer
  • English
  • polski
(c) 2011, Jaskółka. Alle rechten voorbehouden.